Foto: Jolien van Gaalen

Landelijke zomertelling van ganzen op 20 juli

  Ingezonden

door Wildbeheereenheid West-Twente

De landelijke zomertelling van ganzen vindt plaats op zaterdag 20 juli. Door de 30 Overijsselse wildbeheereenheden worden door onder anderen jagers het aantal ganzen geïnventariseerd. In 2012 is dit landelijk initiatief gestart en vormt inmiddels een belangrijke basis voor het beheer van de ganzenpopulaties met betrekking tot schadebestrijding.

TWENTE - Sinds 2013 wordt ook door leden van de Wildbeheereenheid West-Twente (WBE) jaarlijks de in het veld aanwezige ganzen geïnventariseerd.

De zomertelling heeft als doel de ontwikkelingen van de populatie van de zogenaamde overzomerende ganzen te volgen. Dit zijn ganzen die hier jaarrond verblijven en hier ook broeden. Via een vast telprotocol wordt op een uniforme wijze geteld. Tijdens deze telling zullen de aantallen en locaties van de verschillende ganzensoorten in Overijssel, het werkgebied van de WBE, vastgesteld worden. Het gaat dan vooral om de grauwe gans, kolgans, brandgans, Canadese gans en zogenaamde 'boeren- of soepgans', een verwilderde kruising tussen tamme ganzen en de grauwe gans. Incidenteel worden ook exoten,  zoals de Indische gans en de Nijlgans waargenomen.

De afgelopen jaren blijken ganzen zich steeds meer thuis te voelen in Twente en is er een sprake van een stabiele populatie. De ontwikkeling van nieuwe, vooral natte natuur heeft daar samen met de aanwezigheid van een hoogwaardig voedselaanbod aan bijgedragen. Het hele jaar door vormt het malse gras van de boeren het belangrijkste voedsel voor de ganzen. In het voorjaar echter vinden ganzen jong graan (rogge, gerst, tarwe) ook niet te versmaden. Door hun manier van 'grazen' worden graspollen losgetrokken. Met hun uitwerpselen, rijk aan ammoniak, vervuilen de ganzen het gras, zodat vee, ook na het hooien of inkuilen van het gras, dit niet meer wil eten. Later in het seizoen komt het zelfs voor, dat rijpende maiskolven door ganzen kaal gegeten worden. Daar wringt dan ook de schoen: boeren zijn gastvrij voor heel veel diersoorten en zijn daar trots op, er zijn echter grenzen. Vooral als er sprake is van schade aan de gewassen door vraat en uitwerpselen, moet er opgetreden worden tegen (te hoge) populaties.

Het faunabeheerplan van de provincie Overijssel biedt hiervoor mogelijkheden. De boeren hebben echter zelf een grote verantwoordelijkheid en moeten hiervoor in eerste instantie wel zelf de schade en overlast melden. Dit kan digitaal via het SchadeRegistratieSysteem waartoe een ieder toegang heeft.

Het spreekt vanzelf, dat aan de telling alleen die leden van de WBE meedoen, waarvan de jachtvelden in principe geschikt zijn als biotoop voor ganzen. Dat betekent, dat in deze velden er ook alleen maar in de wintermaanden ganzen te gast zijn en er zomers minder kans is op waarnemingen van overzomerende ganzen. In bos- of droge heidegebieden hoeven we geen ganzen te verwachten. De waarnemingen met locaties en de aantallen moeten door de leden aangeleverd worden aan de WBE. Na enige tijd zijn de cijfers compleet en worden dan als totalen van de WBE ter beschikking gesteld aan de provinciale Faunabeheereenheid.

De WBE West-Twente hecht veel waarde aan de informatie die haar leden over de in hun velden voorkomende fauna kan verstrekken. Alle leden worden door de WBE zorgvuldig geïnformeerd over de achtergronden en betekenis van deze telling door het ter beschikking stellen van het telprotocol en over de werkwijze van het melden van schade.

Kijk voor meer informatie op de website

Meer berichten