Foto: Robin Kötter (nieuwe foto)

Column Robin Kötter: tussen wal en schip

  Column

Het werk van een brandweerman is risicovol. Hij kiest daar ook bewust voor. In het geval er evenwel bij een oefening of in geval van brand een ongeval ontstaat, kan de vrijwillig brandweerman zelf in de kou komen te staan.

Als sprake is van een ongeval, ontvangt deze hulpverlener meestal op grond van een ongevallenverzekering, een daggelduitkering en een eenmalige kapitaalsuitkering. Voor vergoeding van restschade is van belang dat hij kan aantonen dat het bestuursorgaan niet aan zijn wettelijke zorgplicht heeft voldaan.

Een voorbeeld: een zelfstandig aardbeienteler die al sinds jaren bij de vrijwillige brandweer werkte, gleed bij een uitruk begin 2012 uit over verneveld en aangevroren water, op een ongebruikelijke plek. Hij brak daarbij zijn linkerenkel en heeft daardoor extra personeel moeten inhuren. De Rechtbank Gelderland oordeelde begin 2019 dat de brandweerman een ongeval heeft gekregen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden.

Het bestuursorgaan had, aldus de rechtbank, zijn zorgplicht jegens hem niet geschonden. Volgens haar bestaat er geen voorschrift om antislipspikes of rubbermatten te verstrekken, behoudens in geval van ijsreddingen. Daarenboven is het volgens de rechtbank een feit van algemene bekendheid dat bij extreem lage temperaturen (-16 graden Celsius) sprake kan zijn van gladheid, ook als dit het gevolg is van bevroren nevel. Ook benadrukt de rechtbank dat de brandweerman tijdens zijn opleiding heeft geleerd om met gevaarlijke situaties en extreme weersomstandigheden om te gaan. Daarenboven was hij, aldus de rechtbank, als bevelvoerder verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving.

Volgens de rechtbank was dan ook sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Het door de vrijwillig brandweerman ingestelde beroep werd daarmee ongegrond verklaard. Hij draaide daarmee op voor zijn eigen restschade, volgens de uitspraak begroot op 300.000 euro.

Alhoewel in juridisch opzicht correct, is deze uitkomst in mijn ogen niet rechtvaardig.

ECLI:NL:RBGEL:2019:215

Meer berichten