Column Robin Kötter: bedenktermijn

  Column

Een werknemer heeft de mogelijkheid om een beëindigingsovereenkomst waarmee er een einde aan zijn dienstverband zal komen zonder opgave van reden te ontbinden. Dat kan volgens de wet binnen twee weken na de datum waarop de beëindigingsovereenkomst is tot stand gekomen.

Deze bedenktermijn dient op grond van de wet in de beëindigingsovereenkomst te worden vermeld. Als deze vermelding achterwege wordt gelaten, bedraagt de bedenktermijn drie weken. Voor het tot stand komen van de beëindigingsovereenkomst is niet vereist dat partijen deze overeenkomst ondertekenen.

Toegestaan
Op 20 december 2018 stuurde een werkgever een concept-vaststellingsovereenkomst naar werknemer. In die vaststellingsovereenkomst was opgenomen dat werknemer de overeenkomst binnen veertien dagen na ondertekening kon ontbinden. De werknemer ging nog diezelfde dag met deze overeenkomst akkoord. Ondertekening van de overeenkomst volgde echter eerst omstreeks 26 december 2018.

Op 7 januari 2019 ging werknemer tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst over. Dus ruim twee weken na de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst. De rechter constateerde dat de vaststellingsovereenkomst op dit punt afweek van de wet. Volgens de rechter is het afspreken van een ruimere termijn voor ontbinding evenwel toegestaan.

Daarboven mocht de werknemer er op grond van de tekst van de beëindigingsovereenkomst op vertrouwen dat hij de overeenkomst binnen de in die overeenkomst vermelde termijn zou mogen ontbinden, temeer nu de beëindigingsovereenkomst door de werkgever was opgesteld. Weliswaar schrijft de wet dwingend voor dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, slechts geldig is indien deze schriftelijk is aangegaan, maar ondertekening van de overeenkomst is geen wettelijk vereiste.

Tijdig
Een schriftelijke akkoordbevinding met de inhoud van de beëindigingsovereenkomst door of namens werknemer volstaat dan ook om wilsovereenstemming tussen partijen over de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst aan te nemen. Kortom, de ontbinding van de beëindigingsovereenkomst was hier tijdig ingeroepen.

Meer lezen?

De uitspraak is online te vinden.

Rechtbank Rotterdam 18 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4983


 

Meer berichten