Column Klaas van der Munt* - Het begin van alles


Foto: Van Gaalen Media

Column Klaas van der Munt* - Het begin van alles

  Column

Belasting heffen 

Er zijn heel veel geschiedenisboeken en studies geschreven over personen en periodes. Hiervan wil ik twee boeken noemen. Het eerste boek is Emperor Charles V, impressario of war van James D. Tracy. Hij omschrijft hierin de belastingen die geheven moesten worden met geschatte bedragen om legers in de benen te houden. En waar het werd geheven en de hoogte van de geheven bedragen.

Er werden steeds weer nieuwe vormen van belastingen opgelegd. De uitkomsten vergelijkt Tracy met de huidige kennis en ervaring met onze inflatie. Inflatie is meer dan het verhogen van belastingen. In komende columns zullen we zien dat de belastingdruk wel een belangrijke factor is, maar bij welke inflatie? Tegenwoordig wordt er gebruikgemaakt van minimaal twee inflatiecijfers.

Handelshuizen en banken
Het tweede boek is Die Schweitzerische Wirtschaft, 1291-1991. Hierin wordt geschreven over het ontstaan van handelshuizen en banken, ontwikkelingen van markten en enigszins een industriële ontwikkeling beschreven rond 1000 en 1300.

Er ontstonden twee handelsstromen binnen het rijk van Karel de Vijfde. In het zuiden van zijn rijk, Helvetien en Gallië. Eerstgenoemde was al een provincie binnen het Romeinse rijk. Gallië was het westelijk deel van het bekende Franse deel van Europa.

Opleving
Terwijl West-Europa en eigenlijk de rest van de wereld ook in een 100-jarige oorlog verwikkeld was, ontstond er ten Noorden van de Alpen en in Ober-Deutschland in het midden van de veertiende eeuw een bijzonder welvarende opleving ondanks het oorlogsgeweld.

De reden daarvoor was de verandering in de handelsstromen. Er was een belangrijke handelsstroom via Gallië naar Spanje en Portugal. De Noord/Zuid-handelsstromen naar het oosten en Rijngebied en naar de centraal gelegen gebieden over de Alpenpassen richting Noord-Italië werden steeds belangrijker.

Belastingvoordelen
Dat belangrijksten grote Ober-Deutsche handelaren kregen belastingvoordelen om de handel te bevorderen. Met name de goederenstromen met Noord-Italië, Zuid-Frankrijk en Spanje profiteerden hiervan. Het belangrijkste handels- en financiële centrum was Genève. Er ontwikkelde zich daar een belangrijke markt (de messe) en goederenoverslagplaats. Belangrijke onderpanden voor de wissel waren behalve goud ook zout en luxe zaken, veel stukgoed en geweven katoenen laken. Zo kwamen er bankfilialen of correspondenten in plaatsen waar veel handelswaar heen ging.

Wissels
De banken schreven dan wissels uit op naam van de correspondent en wel in valuta (muntsoort) van de bestemming van de betrokken handelswaar en afnemer, zodat daar betaald werd. Daarna kon de verzender zijn geld ontvangen.

*Onder dit pseudoniem verschijnt wekelijks een column in de krant over alles wat met de economie te maken heeft.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden