Foto:

Wildbeheer: resultaten zomertelling 20 juli 2019

Wierden - Op 20 juli werd de jaarlijkse landelijke zomertelling van ganzen georganiseerd, waaraan ook de wildbeheereenheid "West-Twente" (WBE) haar medewerking verleende als één van de 30 Overijsselse wildbeheereenheden. De zo verzamelde informatie vormt, samen met afschotcijfers de basis voor het provinciale faunabeheerplan. Het werkgebied van de Wildbeheereenheid " West-Twente" omvat zo'n 17.000 ha in centraal Overijssel.

Overzomerende ganzen
Aan de hand van de tellingen worden de ontwikkelingen van de populatie van de zogenaamde overzomerende ganzen gevolgd. Kenden we vroeger vooral de ganzen als wintergasten bij strenge winters, nu zijn er steeds meer ganzen die hier jaarrond verblijven en hier ook succesvol broeden. Belangrijk voor de aanwezigheid van ganzen is niet alleen water, maar vooral smakelijk, mals groen, niet te lang grasland van onze landbouwers. Hier vinden zij hun belangrijkste voedsel. Waren ganzen vroeger schuw, nu komen ze steeds dichter bij de bebouwingen en boerderijen. Zo kunnen we vooral de grauwe (wilde!) ganzen en nijlganzen ook al vinden in de vijvers van onze woonwijken.

Deelname
Inmiddels zijn van 51 jachtvelden van de WBE, die mee hebben gedaan met de jaarlijkse zomerganzentelling van onze WBE binnen gekomen en verwerkt. Van de rest van de ruim 80 jachtvelden gaan we vanuit dat hier geen ganzen of heel sporadisch ganzen voorkomen.
Deelname aan de telling is door de WBE verplicht gesteld aan haar leden, willen zij gebruik willen maken van een ontheffing die de provincie Overijssel zal verstrekken aan de WBE om afschot te mogen uitvoeren.

Resultaten
De WBE beschikt vanaf de periode 2013-2014 over telgegevens waarbij steeds dezelfde uniforme telwijze toegepast werd. Aanvankelijk werden er relatief weinig ganzen geteld waarbij opgemerkt moet worden, dat de deelname zeer beperkt was, met name door de toen nog geringe aanwezigheid van ganzen.
De WBE is verdeeld in een vijftal 5 deelgebieden met gelijksoortige biotopen. Deze zijn hieronder in kaart gebracht. De telpunten zijn willekeurig gekozen en geldt dus voor het totale deelgebied. In het overzicht hieronder staan de totale getelde exemplaren per soort.

De grauwe gans is een soort die in het verleden altijd al in beperkte mate voorkwam in Twente, zij het dat deze zich doorgaans beperkte tot de nattere gebieden zoals hoogvenen. De nijlgans is een exoot voor oorsprong afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en is eigenlijk geen gans maar een grote eendensoort. Deze broedt vaak in bomen, in oude kraaien- of eksternesten of holle bomen. Met name in de broedperiode is deze soort erg territoriaal en duldt geen andere vogels in de buurt. Bekend is, dat de nijlgans nesten van andere (bodem)broeders verstoort en zelfs kuikens doodt. De boerengans is een kruising tussen tamme (boerderij)ganzen en wilde grauwe ganzen. Deze zijn verwilderd maar doorgaans anders gekleurd, vaak veel witter dan de echte grauwe gans. De kolgans komt voornamelijk als wintergast voor binnen de WBE. De brandgans komt sinds een tiental jaren in toenemende mate voor, van oorsprong een vogel uit Arctische gebieden zoals Spitsbergen en noord Rusland. Door de goede omstandigheden heeft deze zich ontwikkeld tot broedvogel, wellicht ook aangetrokken door vogels die soms in parken gehouden werden. De Canadese gans is eveneens een exoot en veel groter dan de inheemse ganzen.

Afschot
Ook de afschotcijfers worden verplicht vastgelegd door de jagers wanneer zij gebruik maken van de provinciale ontheffing bij (dreigende) landbouwschade. Afschot in de periode van 1 april 2018 tot 1 april 2019 bedroeg voor de gehele WBE 167 stuks grauwe ganzen. In de periode 1 april 2019 tot en met 31 augustus 2019 zijn er 37 stuks grauwe ganzen geschoten. Het totale afschot van nijlganzen bedroeg in deze periode 10 stuks.

Conclusie
Bij de tellingen van 2018 en 2019 blijken de aantallen van de ganzen terug te lopen. Dit heeft te maken met een afschot ter voorkoming van landbouwschade maar ook de weersomstandigheden spelen een rol, dit speelt zeker een rol bij de populatieontwikkeling van de grauwe gans. Door de droogte van 2018 en 2019 was veel voedsel niet beschikbaar. Daar waar in de jaren ervoor èn in het voorjaar voorafgaande aan de tellingen veel ganzen werden waargenomen, was het gras verdroogd of afgestorven. Hierdoor zijn de ganzen blijkbaar tijdelijk vertrokken. Op dit moment, nu het gras weer groeit, worden op meerdere plekken weer ganzen waargenomen. De cijfers en ontwikkelingen van de WBE "West-Twente" zijn alleen van toepassing op haar werkgebied. Dit maakt deel uit van een veel groter geheel, de hele provincie. Cijfers hiervan, dus ook van de andere WBE's worden ter beschikking gesteld aan de Faunabeheereenheid Overijssel.

Toekomstig beheer
Afschot door middel van een ontheffing op de bepalingen van de natuurbeschermingswet, verleend door de provincie, blijft noodzakelijk om overlast en schade door ganzen aan de landbouw te beperken. De huidige ontheffing is verlopen en zal na verwachting binnenkort weer door de provincie verleend worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw Faunabeheerplan.

Taak landbouwer en grondgebruiker
Wanneer landbouwschade optreedt door ganzen, moet direct actie nemen ondernomen worden door de grondgebruiker. Hij moet deze schade direct melden en eventueel een aanvraag doen voor een tegemoetkoming in de schade. De wettelijke verantwoording ligt hier duidelijk bij de grondgebruiker. Natuurlijk moet direct de jachthouder geïnformeerd worden en kan deze ook eventuele schade melden aan de grondgebruiker. Landbouwschade kan digitaal gemeld worden in het zogenaamde SchadeRegistratieSysteem. De jachthouder kan de grondgebruiker hierbij adviseren en ondersteunen in de geautomatiseerde overheidssystemen waarvoor jagers en grondgebruikers gemachtigd zijn.

Meer berichten