De familie de Haas dook in 1942 onder aan de 1ste Lageveldsweg 2 in Wierden. "Na de herverkaveling werd dit 2de Lagevelsweg 5a," aldus Richard de Haas. Foto: Jolien van Gaalen.
De familie de Haas dook in 1942 onder aan de 1ste Lageveldsweg 2 in Wierden. "Na de herverkaveling werd dit 2de Lagevelsweg 5a," aldus Richard de Haas. Foto: Jolien van Gaalen.

Het gezin De Haas vond een onderduikadres in Wierden

door Richard de Haas

WIERDEN - Jacob Gesinus de Haas (1916, mijn vader) uit Vriezenveen moest op 26 augustus 1942, samen met zijn ouders Riekas de Haas en Regina de Haas-van Dijk, zich melden in het werkkamp te Kesteren. In het gezin De Haas werd overwogen: melden of gaan onderduiken, maar waar moest men heen?

Totdat Riekas de knoop doorhakte en zei. "Ga naar de familie Jannes Grooten aan de 1ste Lageveldsweg 2 te Wierden." Riekas kwam daar jarenlang, éénmaal per maand, met een koffer vóór op zijn fiets met manufacturen. Om zaken met deze mensen te doen en kende hen erg goed. Jacob kwam daar 25 augustus 's avonds. Zijn bed deelde hij met de zoon Gerhard van de familie. Op 2 december kregen Riekas en Regina de oproep zich te melden in Kamp Westerbork. Op 3 december 1942 's avonds doken ook zij onder bij Grooten.

Ondanks dat het huis te klein was voor zoveel mensen, kregen Riekas en Regina een eigen slaapkamertje. Door de kleine behuizing gaf het veel botsingen en spanningen. Eerst was er nog voldoende voorraad eten. De familie Grooten zorgden er voor, dat er altijd rundvlees was voor diegenen, die geen varkensvlees aten. Alleen vrijdag was het vastendag voor de familie Grooten, dan kwam er geen vlees op tafel. De familie De Haas aten hun maaltijd op hun slaapkamertje. In 1943 kwamen er bonkaarten, die werden bezorgd door Geertje Morsink of meneer Van Tol.

Zaterdag 30 oktober zakte Riekas de Haas, met een luide schreeuw, op het erf in elkaar. Met vereende krachten werd hij op z'n bed gelegd. Het enige wat hij nog zei was: "Oh Mina (moeder Grooten) wat heb ik het benauwd!" Een huisarts bellen durfde men eerst niet, maar men had geen keus. Een huisarts, die te vertrouwen was, was moeilijk te vinden. Dokter Beens was geen reële mogelijkheid, omdat die veel bij de buren kwam. Te gevaarlijk! Uiteindelijk werd Dr. Van Ommeren, die al in een kamp had gezeten, bereid gevonden 's avonds te komen kijken. Hij kon alleen maar de dood vaststellen. Hij gaf het advies een kist te maken van verpakkingskratten van naaimachines. En zo werd Riekas begraven door zijn zoon Jacob, met behulp van Gerhard Grooten (1914) achter in de tuin, achter de heg, afgedekt door een golfplaat.

Op 16 oktober 1944 kwam er een anonieme briefkaart binnen bij de SD. Er stond op, dat er Joden bij de familie Grooten zaten ondergedoken.

De commandant van de SD, Oscar Gerbig, stuurde de Landwacht om te gaan kijken. Zij vergisten zich in naam en adres en gingen bij een oom van Grooten en bij familie Groothaar kijken. Ondanks dat hier een paar spoorwegmensen waren ondergedoken, keerden de landwachters onverrichterzake terug.
Op 27 oktober kwam er weer een anonieme melding binnen met de mededeling dat ze moesten zijn op de 1ste Lageveldsweg 2, zo stond er in slecht Nederlands geschreven. Op 6 november gaf Gebrig aan de SD-ers Maarten Spaans , Martinus Koene en Johannes Croin de Planque de opdracht huiszoeking te doen op het juiste adres. Zeer brutaal en met veel lawaai werd het huis doorzocht. Ze vonden alleen Regina de Haas. Jacob was al enige weken op een ander adres in Vriezenveen en ontsprong zo de dans. Alles werd overhoop gehaald en kleding werd meegenomen. Een gouden ring werd verstopt in een bloempot door opa Jannes Grooten.

De SD gaf opdracht aan de NSB-burgemeester Regout in Wierden, om Riekas op te graven en om zich te kunnen vergewissen van de dood van Riekas. Regina moest, onder dwang, het graf aanwijzen en de gemeente-arbeiders, onder leiding van hoofdopzichter Rutgers begroeven Riekas opnieuw op de Algemene Begraafplaats in Wierden.Na de oorlog is hij ter ruste gelegd op de Joodse begraafplaats in Almelo.

Westerbork
Regina de Haas, die slecht ter been was, werd gezeten op een stoel, met de bakfiets van de familie Grooten afgevoerd naar de gevangenis in Almelo, om daarna getransporteerd te worden naar Westerbork. Daar het verzet waarschijnlijk met het Sperrstempel op het persoonsbewijs had geknoeid en mijn grootmoeder blijkbaar geen vier Joodse voorouders had, had haar transport geen prioriteit. Toen zij uiteindelijk werd afgevoerd naar Westerbork reden er geen treinen meer naar het concentratiekamp, omdat de spoorlijnen waren gebombardeerd. Vier maanden hierna is zij op 5 april 1945 bevrijd. Zij overleed in 1957, terwijl ze oppaste op haar kleinkinderen.

Bronnen
Dit verhaal is mede tot stand gekomen door medewerking door de zoon van Gerhard Grooten, Johan Grooten en De Historische Kring Wierden, vooral Leta Evers. Ook zijn er diverse boeken geraadpleegd, namelijk 'Onvoltooid verleden tijd' van C.B. Cornelissen (p.143, 144), In de schaduw van de adelaar' van C.B. Cornelissen en J. Slettenhaar (p.147) en 'Wierden in bezettingstijd' van F. Noltus (p.49, 50).

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden